De 7 Monniken van Tibhirine

Wanneer na de onafhankelijkheid van Algerije in 1962 bijna een miljoen Fransen het land verlaten, trekken enkele monniken naar een kleine kloostergemeenschap in de Atlas om die te versterken. Zij leggen, in lijn met de tegenbeweging die het monnikendom is, een tegenovergestelde weg af: van Frankrijk naar Algerije, van rijkdom naar armoede, van het christelijk-vertrouwde naar het islamitisch-onbekende.

Terwijl in de jaren tachtig duizenden Algerijnen naar Europa trekken als naar het beloofde land, blijven de monniken; solidair met de arme dorpelingen van Tibhirine. Dat dorp was tijdens de bloedige burgeroorlog ontstaan omdat bewoners van de bergen zich in de buurt van de monniken veilig waanden.

Geleidelijk aan raakte het leven van de broeders verweven met dat van de dorpelingen. Arts Luc verzorgt er vijftig jaar lang gratis medische hulp, de broeders geven les en delen hun landbouwgrond met de bevolking; ze oogsten gezamenlijk. In afwachting van de bouw van een moskee stellen de monniken een vertrek als gebedsruimte ter beschikking. Soefi-moslims benaderen hen voor een gezamenlijke gebedsgroep, waaruit een interreligieuze dialoog ontstaat.

Het klooster blééf, toen Algerije in 1962 onafhankelijk werd. Toen braken de 'zwarte jaren' van de Algerijnse burgercrisis aan, de jaren negentig. Er vielen honderdduizend doden in de strijd tussen het militaire regime en islamitische groeperingen. Het Trappistenklooster van Tibhirine lag aan de rand van het zwaarstgetroffen gebied, de Driehoek des Doods, maar bleef jarenlang verschoond van geweld. Tot op die ene dag in 1996.

Op kerstavond 1993 vielen gewapende mannen het Trappistenklooster Onze-Lieve-Vrouw van de Atlas in Tibhirine (Algerije) binnen. De monniken bleven ongedeerd en besloten om te blijven uit solidariteit met de moslims en, als dat nodig was, ook hun leven voor hen te wagen. De broeders ontdekten gaandeweg waartoe ze geroepen zijn: tot een geweldloos getuigenis van radicale trouw en liefde die anderen inspireren tot een geweldloos antwoord.

In de nacht van 26 op 27 maart 1996 werden de zeven monniken uit het klooster ontvoerd, naar verluidt door islamisten die in het rumoerige Algerije van die dagen almaar driester te werk gingen. Twee maand later vonden de autoriteiten alleen hun hoofden terug. Meteen wist de wereld waarvoor die ietwat onconventionele groep trappisten stond: voor de grensverleggende broederschap die weigert in te binden, noch voor de sluimerende doem van een aanslag, noch voor het veelgehoorde verwijt van naïviteit en onbezonnen deugd. Tibhirine kreeg de klank van het martelaarschap, maar dan het martelaarschap van de liefde, de onschuld en de hoop.

De gewelddadige dood van de vreedzame broeders schokte de hele wereld. De toedracht van de moord op zeven monniken van het cisterciënzerklooster in Thibirine (Algerije) is tot op heden nog steeds in nevelen gehuld.

Op zaterdag 8 december 2018 werden de zeven in 1996 vermoordde trappistenmonniken van Tibhirine in Algerije, samen met twaalf andere martelaren, zalig verklaard in het Algerijnse Mariabedevaartsoord Oran. Kardinaal Angelo Becchiu, prefect van de Congregatie voor de Heilig- en Zaligsprekingsprocessen, ging voor in de Mis en zaligverklaringsrite.