Judas Iscariot

Judas Iskariot was volgens het Nieuwe Testament een van de twaalf apostelen van Jezus. Judas Iskariot was degene die Jezus heeft verraden aan de Romeinse autoriteiten, waarna Jezus gekruisigd werd.

Volgens de evangelist Johannes was hij de penningmeester van het gezelschap. Judas was de zoon van Simon Iskariot. Waarschijnlijk betekent Iskariot 'man uit Keriot'. Keriot was een kleine plaats nabij Hebron in het zuiden van Judea.

In ruil daarvoor kreeg Judas dertig sikkels, ook wel ‘zilverlingen’. Dat was het bedrag dat een slaaf in die tijd opbracht. De munt werd waarschijnlijk rond 211 v.Chr. ingevoerd, tijdens de tweede Punische Oorlog ten tijde van de Romeinse Republiek.

Judas ging naar de hogepriesters en oudsten en zei dat hij gezondigd had door een onschuldige uit te leveren. Hij wilde de beloning teruggeven, maar zij wezen hem af. Daarop smeet hij het geld op de tempelvloer, vluchtte weg en hing zichzelf op

Na Jezus' Verrijzenis en Hemelvaart zoeken de apostelen een vervanger voor Judas, zodat De Twaalf weer compleet zijn. Na gebed wordt door loting bepaald dat Mattias Judas in het vervolg vervangt.

In het Judas-evangelie wordt Judas als de held beschreven, die van de Here Jezus persoonlijk de opdracht ontvangen had om Hem te verraden. Judas was precies op de hoogte van de dingen die zouden moeten gaan gebeuren. Hij was de spil in het verlossingswerk van Christus en zorgde er voor dat Jezus, juist zoals in het Oude Testament beschreven werd, als Gods Lam geofferd werd.

De kopie van dit evangelie is het meest spraakmakende onderdeel van een codex (boek), die in Egypte is gevonden en waarschijnlijk rond 350 na Christus gedateerd moet worden.

Het is geschreven in hetzelfde koptische dialect als de beroemde Nag-Hammadigeschriften, die in 1945 werden ontdekt in een kruik in Egypte. Circa vijfenzeventig procent van de codex is leesbaar. De tekst is nog niet in het Nederlands beschikbaar.

Judas is dus geen verrader, maar is door de latere geschiedenis tot het zwarte schaap, de zondebok, gemaakt. Er zijn zelfs voorstellen gedaan om in Judas een 'heilige' te zien, die hoognodig officieel gerehabiliteerd zou moeten worden.